De alpaca (Vicuña Pacos) behoort evenals de lama tot de kameelachtigen. Breegroen Alpaca heeft momenteel een kudde van meer dan honderd dieren.

Onze kudde is in Chili door Alpachile geselecteerd en overgevlogen naar Nederland onder deskundige begeleiding van de heer Norman Dreyer. Ook heeft de Norman ons de eerste tijd begeleid in het verzorgen, observeren en het leren omgaan met de dieren. Onze alpaca’s zijn afkomstig uit het uiterste noorden van Chili, nabij de grens met Peru. De dieren hebben daardoor een kenmerkend Peruviaans uiterlijk: een vrij korte neus, bewolde poten en een goede wolkwaliteit. Ze zijn snel gewend geraakt aan ons land en aan ons. Hup, terug naar binnen

 
Alpaca’s zijn zachtaardig en gemoedelijk waardoor het een genoegen is om met ze om te gaan. De alpaca komt van oorsprong uit Zuid-Amerika en is vermoedelijk een nakomeling van de wilde Vicuña. Al duizenden jaren geleden werden alpaca’s gehouden door de Inca’s voor het vlees en de wol.
 
Macho, hembra, cria
Omdat de alpaca afkomstig is uit Spaanstalig gebied is wordt vaak de Spaanse naamvoering gebruikt. Een mannelijk dier wordt een macho genoemd, de vrouwtjes heten hembra’s en de jongen cria’s. In Nederland worden tegenwoordig vaak de namen hengst, merrie en veulen gebruikt. Alpaca’s zijn anders dan koeien, schapen of geiten. Ze maken weinig geluid, zijn rustig, intelligent en hebben iets mysterieus en rustgevends. Vandaar dat alpaca’s ook wel worden gebruikt als therapiedieren.
Het kost tijd om hun aard te doorgronden. Ook is het belangrijk om hun lichaamstaal te leren kennen zodat je daarop in kunt spelen. Als je ze met respect, liefde en aandacht behandelt zullen ze je veel teruggeven.

Zachtaardige dieren

Alpaca's zijn in het geheel niet gevaarlijk en kunnen goede vriendjes worden met kinderen. Er gaat een bepaalde rust uit van het lopen tussen de kudde. Vooral in ee n wat grotere kudde zoals bij ons komt het kuddegedrag goed tot uiting. De dieren hebben een rangorde in de kudde. Er zijn een aantal leidende dieren en de dieren waarschuwen elkaar door allerlei geluiden zoals een hoog ‘hinnikend’ geluid bij gevaar en een hummend geluid wanneer er iets in de lucht hangt.

Net als de kameel en de lama kan de alpaca spugen. Het spugen, of meestal doen alsof, is een normaal onderdeel van het kuddegedrag en wordt doorgaans gebruikt om een soortgenoot op zijn positie te wijzen. Ook wanneer een macho toenadering zoekt bij een hembra terwijl ze drachtig is, zal ze naar hem spugen (‘spit-off’). Dit is er een vrij duidelijk teken van dat de hembra drachtig is. Naar een mens zal niet zo snel gespuugd worden. Het komt eigenlijk alleen voor wanneer de alpaca zich in het nauw gedreven voelt. Alpaca’s zijn ‘sobere’ dieren en hebben een zeer efficiënte spijsvertering. In Nederland kunnen ze volstaan met (kuil)gras en hooi. Onze kudde heeft voldoende ruimte en kan daardoor volop buiten grazen. In het zomerseizoen worden de hoogdrachtige en zogende dieren bijgevoerd met lucerne en brok.

Camera? Wat is dat?

Dracht en geboorte

De gemiddelde draagtijd van een alpaca is elf en een halve maand met een ruime marge. Alpaca’s jongen bijna altijd overdag tussen acht uur ’s morgens en drie uur ’s middags. De moeder krijgt één cria per dracht. Meerlingen komen bij alpaca’s hoegenaamd niet voor. De cria weegt bij de geboorte circa zes kilogram en de geboorte verloopt snel en onopvallend. Aan de moeder is bijna niet te merken wanneer zij gaat bevallen. Een alpaca kan vrij snel na het werpen weer gedekt worden.

Huacaya en Suri-alpaca's

Er zijn twee soorten alpaca’s: de huacaya en de suri. Huacaya’s komen het meest voor en zij hebben een dichte, enigszins krullende vacht. De suri heeft een iets andere lichaamsbouw en wordt gekenmerkt door een ‘dreadlock’achtige vacht. Beide soorten komen voor in veel kleuren zoals zwart, bruin, fawn, café en wit. Ook dieren met twee of zelfs drie kleuren bestaan. Wij hebben op ons bedrijf hoofdzakelijk éénkleurige huacaya’s. Alpaca’s leveren uitstekende wol. De wolkwaliteit wordt uitgedrukt in microns (1/1000e mm). Het merendeel van onze dieren hebben een micron tussen 15 en 20. Alpacawol heeft goede isolerende eigenschappen, het is slijtvast en kriebelt of pluist niet. In tegenstelling tot schapenwol is alpacawol niet vet.

Omdat alpaca’s echte kuddedieren zijn houden wij ze zoveel mogelijk in grote groepen. In de wei hebben de dieren voldoende ruimte om zich uit te leven. Ze hebben altijd de mogelijkheid om naar binnen te kunnen gaan en te schuilen tegen regen, hitte of kou.
 
Voor nog meer informatie verwijzen we graag door naar alpacawereld.nl, een onafhankelijke website die het houden, voeren en verzorgen van alpaca's beschrijft.

Terug